O jullie die geloven, wanneer jullie geheime gesprekken voeren, voert dan geen geheime gesprekken omwille van zonde, vijandigheid en opstand tegen de Boodschapper, maar voert geheime gesprekken omwille van goedheid en het vrezen (van Allah). En vreest Allah tot Wie jullie teruggekeerd worden.
Uitleg:
These readings convey the same meaning through verb forms VI and VII (root n-j-w), respectively. Note that Ḥamzah switches here after using form VIII in the previous ayah.